zoom
ww.
zoemen; snel stijgen; de hoogte in schieten; zoeven, hard rijden; zoomen (foto.)
zn.
zoemer, zoemvlucht; zoom (v. filmcamera);(bij computers) vergroting, buitengewone vergroting van figuur op scherm zodat ie werkelijk lijkt
Zoom
Zoom
Een objectief met een variabele brandpuntsafstand. Veel digitale camera’s bezitten een zoomobjectief. Let wel op de aanduiding optische zoom, want dat betekent dat de brandpuntsafstand echt gevarieerd kan worden. Bij digitale camera’s komt ook de digitale zoom voor, wat alleen betekent dat een stukje uit het beeld tot volle beeldgrootte wordt opgeblazen, iets wat tot aanzienlijke kwaliteitsvermindering leidt.
zoom
zoom
zoom (to)
inzoomen; uitzoomen; zoomen
zoom
zoom