Het vruchtbeginsel (gynoecium) is een onderdeel van de
stamper van een bloem. De stamper is de binnenste krans van de
bloem. Een stamper bestaat uit een stempel, stijl en vruchtbeginsel en kan opgebouwd zijn uit één of meer vruchtbladen (carpellen). In het vruchtbeginsel zitten één of meer
zaadknoppen, die met de zaadstreng (funuculus), ook wel navelstreng genoemd, vastzitten aan één of meer zaadlijsten, ook wel placenta genoemd. De zaadknoppen kunnen wandstandig, randstandig, hoekstandig (Narcis), vrij in het midden, vrij op de bodem (basaal), rechtopstaand (basaal) of hangend aan de top geplaatst zijn. Een zaadlijst is de vergroeiing van de twee bladrandhelften van het vruchtblad. Zo wordt er gesproken van één-, twee-, en driehokkige vruchtbeginsels. Het vruchtbeginsel kan boven- (hypogynisch), tussen-, onderstandig (epigynisch) of
perigynisch zijn. Bij een onderstandig vruchtbeginsel zijn de kelkbladen, kroonbladen en meeldraden aan de bovenkant van het vruchtbeginsel ingeplant. Zijn deze aan de onderkant ingeplant dan wordt dat een bovenstandig vruchtbeginsel genoemd. Een onderstandig vruchtbeginsel is oorspronkelijk uit een bovenstandig vruchtbeginsel ontstaan, waarbij de bloembodem om het vruchtbeginsel naar boven is gegroeid.
Zie meer op Wikipedia.org...