vista
zn.
uitzicht, zicht, tafereel
Windows Vista
vista
1. beeld, afbeelding, plaat, prent, voorstelling 2. uitzicht 3. panorama, uitzicht, vergezicht 4. gezicht, schouwspel
vista
sub
1 het zien, gezicht, gezichtvermogen;
organo del ~ gezichtsorgaan;
[Comm] a ~ op zicht;
pagabile a ~ betaalbaar op zicht;
a prime ~ op het eerste gezicht;
perder le ~ het gezichtsvermogen verliezen;
perdita del ~ gezichtsverlies, verlies van het gezichtsvermogen;
recuperar/recovrar le ~ het gezichtsvermogen terugkrijgen;
haber le ~ acute een scherpe blik hebben;
secunde ~ tweede gezicht, helderziendheid;
in ~ de met het oog op;
curte de ~ bijziend;
de ~ acute scherpziend;
acuitate/acutessa del ~ scherpte van het gezichtsvermogen;
foras de mi ~! (verdwijn) uit mijn ogen!
2 wat men kan zien: gezicht, uitzicht, vergezicht;
~ de plagia strandgezicht;
~ de detra achteraanzicht;
~ de fronte/de facie vooraanzicht;
~ general overzicht;
~ exterior buitenaanzicht;
~ panoramic wijds uitzicht;
a perdita de ~ zo ver het oog reikt;
a ~ de oculo zienderogen;
terra in ~! land in zicht!;
portata de ~ gezichtsafstand;
haber in ~ het oog hebben op;
haber le ~ del mar het uitzicht op zee hebben;
perder de ~ uit het gezicht verliezen;
saltar al ~ in het oog springen;
cognoscer un persona de ~ iemand van gezicht kennen;
naufragar al/in ~ del porto schipbreuk lijden in het gezicht van de haven;
illa non supporta le ~ del sanguine zij kan niet tegen het zien van bloed;
perspectiva a ~ de ave vogelperspectief;
~ de Amsterdam gezicht op Amsterdam;
impedir le ~ het uitzicht belemmeren
3 inzicht, standpunt, mening, denkbeeld;
~s politic politieke opvattingen;
puncto de ~ gezichts/standpunt;
differentia(s) de ~ verschil van inzicht;
exponer su ~s zijn opvattingen/ideeën uiteenzetten;
aperir nove ~s nieuwe gezichtspunten openen