vector
zn.
vector (natuurlijke grootheid met zekere richting); bacillendrager
Vector
Vector
Een ziekte overbrenger. Vaak een insect.
vector
vector
vector
sub
1 drager, overbrenger (anque Med);
~ de cultura cultuurdrager
2 [Math] vector;
campo de ~es vectorveld;
summa de ~es vectorsom;
componentes de un ~ componenten van een vector;
norma de un ~ norm van een vector;
radio ~ voerstraal;
divergentia de un ~ divergentie van een vector;
~ de base basisvector;
~es coplanar coplanaire vectoren;
~ libere vrije vector;
~ axial axiale vector;
~ orthogonal orthogonale vector;
~ de curvatura krommingsvector;
~ de unda golfvector;
~ nulle nulvector;
~ covariante covariante vector;
~ contravariante contravariante vector;
~ magnetic magnetische vector;
~ del prime curvatura vector van de eerste kromming;
~ proprie/characteristic eigenvector;
~ de campo veldvector;
~ polar polaire vector