Vagabund (der)
trip; bedelaar; hoer, prostituée
{
tramp
}
zwerver; rijgmachine; arbeider van...
{
rover
}
vagabunde
adj
zwervend, rondzwervend, ronddolend, rondtrekkend, ronddwalend;
animal ~ zwerfdier;
can ~ zwerfhond;
catto ~ zwerfkat;
haber un existentia/vita ~ een zwerversbestaan hebben