usage
zn.
gebruik; is gebruikelijk
usage
gebruik; verbruik; verwerking
usage
sub
1 het gebruiken, gebruik;
[Ec] valor de ~ gebruikswaaarde;
~ externe uitwendig gebruik;
~ interne inwendig gebruik;
~ prolongate duurzaam gebruik;
~ de alcohol drankgebruik;
~ improprie de un parola onjuist gebruik van een woord;
pro le ~ domestic voor huishoudelijk gebruik;
objecto de ~ currente gebruiksvoorwerp;
facer ~ de gebruik maken van;
facer un ~ frequente de un cosa iets vaak gebruiken;
mitter un cosa foris de ~ iets buiten gebruik stellen
2 gewoonte, gebruik, usance;
~s del corte hofgebruiken;
~s secular eeuwenoude gebruiken;
~s in vigor bestaande gewoontes