Een boom is een vaste
plant met een houten stam. Er is geen eensgezindheid over de omschrijving van een boom. De meeste definities noemen hoogte (minimaal vier meter) en het bezitten van één
stam.Een boom kan afhankelijk van de soort van vier tot meer dan honderd meter hoog worden en groeien op zeer verschillende gronden. De
mangrovesoorten groeien zelfs in brak water. Een boom kan afhankelijk van de soort en de omstandigheden heel oud worden, van vele honderden tot enkele duizenden jaren. Zo kan de
ginkgo meer dan 1000 jaar oud worden: in China is de oudste Ginkgo ongeveer 3500 jaar.
Wilg en
populier behoren tot de boomsoorten die meestal niet oud worden.
Zie meer op Wikipedia.org...
Een tree of
boomstructuur is een
datastructuur in de
informatica die een bijzonder geval van een
graaf is. Hij bestaat uit een knoop(punt) of vertex (Engels: node) die de stam (ook wel wortel, Eng.: root) genoemd wordt, en die het ingangspunt is voor de in de boom opgeslagen informatie. In deze wortelknoop zitten nul of meer
pointers die naar andere knooppunten verwijzen. Ieder knooppunt behalve de wortel heeft precies een ouder (Eng.: parent node) en nul of meer kinderen (Eng.: child nodes). De verwijzingen gaan dus nooit tussen de kinderen onderling maar alleen van ouder naar kind; in een wat uitgebreidere versie eventueel ook van kind naar ouder (bidirectionele graaf). In een tree bestaan geen cirkelpaden en is er altijd precies 1 pad van de wortel naar een willekeurige knoop. Een knoop die zelf geen kinderen heeft noemt men een blad (Eng.: leaf).
Zie meer op Wikipedia.org...