Het onderwerp (ook subject genoemd) is in de
grammatica het zinsdeel dat bepaalt hoe de persoonsvorm er uitziet. Meestal (maar niet altijd!) verwijst het onderwerp naar iets of iemand dat/die een handeling uitvoert.Voorbeelden:Piet gaat naar huis.Piet en Jan gaan naar huis.Piet wordt door de jongens geslagen.Piet en Jan worden door de jongens geslagen.Zoals je ziet verandert gaat in gaan als Piet door Piet en Jan vervangen wordt. Piet en Piet en Jan zijn dus de respectievelijke onderwerpen van de eerste twee zinnen. Soortgelijke opmerkingen gelden ook voor de laatste twee zinnen.
Zie meer op Wikipedia.org...