Een standaardtaal is een
variëteit waarvoor een zogenaamde 'papieren norm' geldt; wat nog binnen de grenzen van een dergelijke variëteit geldt, is niet alleen afhankelijk van het taalgevoel van de sprekers, maar staat ook in woordenboeken, grammaticaboeken, stijlgidsen en dergelijke beschreven.De Europese standaardtalen zijn gevormd in zogenaamde
dialectcontinuüms, gebieden waarin verwante variëteiten van plaats tot plaats kleine verschillen vertonen. Als voorbeeld dient doorgaans een variëteit met een hoge status. Zo is het
Standaardnederlands gevormd naar de variëteiten van de in de
17e eeuw economisch en cultureel meest aanzienlijke gewesten
Holland en
Brabant, aangevuld met
Saksische elementen en bijgeschaafd naar veronderstelde
logica en naar
Latijns voorbeeld. Voor het
Standaardfrans gold het dialect van
Parijs als uitgangspunt.
Zie meer op Wikipedia.org...