sıkmak
afpersen, wringen; dringen; drukken;...
{
squeeze
}
vastpakken; vastgrijpen; begrijpen;...
{
grip
}
dragen; dulden; verdragen; bijstaan;...
{
bear
}
boren; doordringen; vervelen
{
bore
}
vervelen, hinderen; moeite doen
{
bother
}
onderdrukken; kloppen; druk uitoefenen,...
{
depress
}
schelen, mankeren
{
ail
}
aansporen; iemand pesten; iemand...
{
chivvy
}
haasten, wegrennen; achtervolgen
{
chivy
}
aantrekken; vastklampen
{
clench
}
verstoppen, last van obstipatie hebben
{
constipate
}
samendrukken, platdrukken; samenpersen;...
{
crush
}
belemmeren, hinderen
{
cumber
}
leed berokkenen, pijn/verdriet doen
{
distress
}
pesten, treiteren; lastigvallen,...
{
harass
}
ergeren, vervelen
{
irk
}
vast (blijven) zitten, blokkeren,...
{
jam
}
inladen, laden; beladen; overladen;...
{
load
}
kniezen, slecht humeur hebben,...
{
mope
}
knijpen; druk zetten op; bezuinigen;...
{
pinch
}
sika
zandvlo