rabiar
kwellen, ergeren; verontrusten, in...
{
vex
}
irriteren; prikkelen (van een zintuig)
{
irritate
}
kriebels hebben, niet stil kunnen zitten
{
fidget
}
rabiar
jeuken; jeuk hebben; graag willen
{
itch
}
woeden, tieren, razen
{
rage
}
roken; dampen; koken van woede
{
fume
}
rabiar
vb
1 woedend zijn, razend zijn, razen, tieren
2 rabies krijgen, hondsdolheid ontwikkelen