perspectiva (f)
kans; toeval; zaak; gevaar
{
chance
}
uitkijken; toekijken op; uitkijkpost;...
{
look out
}
mening; opinie; gezicht; uitzicht; kans
{
outlook
}
uitzicht, zicht, tafereel
{
vista
}
perspectiva (f)
hoop; kans; uitzicht; zicht
{
prospect
}
tender, kolenwagen (v. locomotief);...
{
tender
}
uitzicht, zicht, vertoning; mening;...
{
view
}
mening; opinie; gezicht; uitzicht; kans
{
outlook
}
perspectiva
1. doorkijk, perspectief, prospect, verschiet, vooruitzicht
perspectiva
sub
perspectief, vergezicht, verschiet, gezichtshoek;
~ aeree luchtperspectief;
~ linear lineair perspectief, lijnperspectief;
~ isomeric isomerisch perspectief;
~ spatial ruimteperspectief;
~ historic historisch perspectief;
~ a vista/volo de ave vogelperspectief;
~ panoramic panoramaperspectief;
~ in relievo reliëfperspectief;
il ha ~ in iste designo er zit perspectief in deze tekening;
~s in le futuro toekomstperspectief;
theoria del ~ leer van het perspectief;
aperir nove ~s nieuwe gezichtspunten openen;
presentar bon ~s goede vooruitzichten bieden;
haber in ~ voor ogen hebben;
un empleo con perspectivas de futuro een baan met goede vooruitzichten;
il ha bon ~s er zijn goede vooruitzichten, het laat zich gunstig aanzien;
iste ~ me surride dit vooruitzicht lacht me toe;
in iste ~ tu ha ration als je het vanuit deze gezichtshoek bekijkt, heb je gelijk;
vider un cosa in un ~ plus large iets in een breder perspectief zien;
considerate ab iste ~ vanuit deze gezichtshoek bekeken