Met normaalspoor bedoelt men bij
spoorwegen een
spoorwijdte van 4
Engelse voet en 8,5
inch of 1435
millimeter. Dit is in de meeste
Europese landen de meest voorkomende spoorwijdte. Deze wijdte is ontstaan uit de breedte van de Romeinse
karresporen. Wagens slijten in de (toen nog onverharde)
wegen een spoor uit en op zo'n karrespoor rij je een stuk comfortabeler als jouw wagen dezelfde spoorbreedte heeft. Zo is een
de facto-standaard ontstaan. Deze standaard werd overgenomen toen in de
Middeleeuwen in de
mijnbouw houten sporen werden gebruikt om de wagens te geleiden, en hetzelfde gebeurde toen
George Stephenson in
1825 de Stockton & Darlington-spoorlijn opende. Sindsdien is deze spoorwijdte uitgegroeid tot een soort standaard voor spoorwegen, eerst in
Engeland, later ook elders in Europa. In
Nederland zijn tegenwoordig alle spoor-, metro- en tramlijnen uitsluitend op normaalspoor in gebruik (afgezien van museumlijnen).
Zie meer op Wikipedia.org...