De morfologie bestudeert de uitwendige bouw en vorm van levende wezens (vormleer) en hun organen (orgaanleer) en probeert hun veelvormigheid terug te brengen tot enkele grondtypen (bouwplannen).De uitwendige bouw en vorm wordt beïnvloed door de genetische samenstelling en door het milieu (de omgeving). Het
fenotype is dat wat we zien en is het gevolg van de wisselwerking tussen
genotype en het milieu. Eigenschappen afhankelijk van het genotype zijn bijvoorbeeld dubbelbloemigheid,
eenhuizig of
tweehuizig,
appel of
peer. Milieu-invloeden zijn bijvoorbeeld een gele bladkleur door
stikstofgebrek, vorstschade enz. Een wisselwerking is te zien bij dwerggroei van planten in de bergen.
Zie meer op Wikipedia.org...