Ciudad Mier (pronounced MEE-er), also known as El Paso del Cántaro, is a city and municipality in
Tamaulipas, located in northern
Mexico near the
Rio Grande river, just south of
Falcon Dam. It is 90 miles (145 km) north east of
Monterrey on Mexico Highway 2. (26°28'N 99°10'W) In 1990 the population was recorded at 6,190. It has an agriculture produce centered on cotton, sugarcane, corn and livestock. The town was founded on March 6, 1753. The land was originally owned by Felix de Almandoz. Land later passed on to General Prudencio Basterra who married Felix's sister Ana Maria. 19 Families from Camargo formed the new settlement. The town is called Mier because the governor of the New Kingdom of León from 1710 to 1714, Francisco Mier y Torre, used to spend the night there on his way to Texas. It began to be called Estancia de Mier and then simply Mier. This is where the steamboats used to stop when they came up the Río Bravo.
See more at Wikipedia.org...
Mieren zijn een groep van kolonie-vormende
insecten die behoren tot de orde van
vliesvleugeligen (Hymenoptera). Mieren hebben zich kunnen aanpassen aan zeer verschillende leefomgevingen; waar ze voorkomen zijn mieren de dominante levensvorm op de bodem. Geschat wordt dat de totale biomassa van alle mieren groter is dan die van alle andere dieren op aarde. Omdat mieren overal ter wereld voorkomen, zijn ze één van de succesvolste diergroepen. Vele mierensoorten bouwen het nest in de bodem of in holle bomen, andere spinnen bladeren aan elkaar om een nest te maken. De zilvermier woont in de
woestijn. De vampiermier is een agressieve soort die in het gebied rond de Amazone voorkomt. In
Zuid-Europa woont de kolfkopmier in galappels. Mieren worden ook als huisdier gehouden, we noemen de leefomgeving waar mieren in worden gehouden een
formicarium. Het is bekend dat mieren lopend grote afstanden kunnen afleggen. Toch vliegen ze meer. Zo ontstaan de nesten op de meest onverwachte plaatsen, zoals bijvoorbeeld in een bloembak op het balkon van 10 meter hoog! Mieren zijn kleine beestjes hebben een grote kop met daarop een paar ogen. De bovenkaken van de mier zijn zeer sterk, terwijl de onderkaak heel zwak is. Het vloeibare voedsel likt ze met de onderlip op. Dit zie je vaak: wanneer je een mierenkolonie verstoort, zullen de mieren heel duidelijk hun mierenzuur omhoog spuiten. Net als bij de
bij bestaat de kolonie uit mannetjes, vrouwtjes, de werksters en één of enkele koninginnen. De grootste groep zijn de werksters die opgesplitst worden voor de verschillende taken. Je hebt de soldaten die beschikken over een grote kop met sterke kaken. De mannetjes zijn er maar wanneer ze er nodig zijn. Samen met de mannetjes verlaten de jonge koninginnen het nest vliegend. Dit gebeurt op warme dagen. In de lucht paren de mannetjes met de vrouwtjes en sterven kort daarna.
Zie meer op Wikipedia.org...