mente
geest; verstand; hersenen; gedachte;...
{
mind
}
Hersens, verstand
{
nous
}
geest; fut; spook; bedoeling;...
{
spirit
}
mentar
zich herinneren, onthouden, denken aan
{
remember
}
mentir
liegen, een leugen vertellen; oplichten;...
{
lie
}
liggen; rusten; zich thuisvoelen; zijn
{
lie
}
zich schuldig maken aan meineed, een eed...
{
perjure
}
mente (f)
geest; verstand; hersenen; gedachte;...
{
mind
}
intelligentie; verstand; begrip; geheime...
{
intelligence
}
uitgebreide kennis, geleerdheid
{
erudition
}
mentar
benoemen, noemen; opnoemen; thuisbrengen
{
name
}
noemen, omschrijven als
{
term
}
mente (f)
hersenen; verstand
{
brain
}
geest; verstand; hersenen; gedachte;...
{
mind
}
Hersens, verstand
{
nous
}
mentire
liegen, een leugen vertellen; oplichten;...
{
lie
}
liggen; rusten; zich thuisvoelen; zijn
{
lie
}
mentir
liegen, een leugen vertellen; oplichten;...
{
lie
}
liggen; rusten; zich thuisvoelen; zijn
{
lie
}
logenstraffen, verkeerd voorstellen
{
belie
}
mente
geest [M], verstand