mandare
zenden;sturen; wegschieten; veroorzaken;...
{
send
}
uitgezonden, die uitgezonden is
{
sent out
}
uitwerpen, uitscheiden
{
emit
}
vrijlaten; kledingstuk verruimen
{
let out
}
vallen; laten vallen; naar beneden...
{
drop
}
(ver)zenden, (weg)sturen; de genadeslag...
{
dispatch
}
(ver)zenden, (weg)sturen; de genadeslag...
{
despatch
}
doorzenden, voorwaarts; (in computers)...
{
forward
}
uitvoeren; overgeven,...
{
commit
}
verzenden, versturen; overdragen,...
{
consign
}
Mandi
mandi
baden, wassen
mandi
beledigd zijn, boos zijn