Een maliënkolder is een beschermend
vest (kolder) dat door
soldaten werd gedragen. Het is uitgevonden door de
Kelten in de
4e eeuw v.Chr., en door de
Romeinen overgenomen in hun wapenrusting.Een maliënkolder bestaat uit metalen ringetjes, die in elkaar zijn gesmeed of geklonken. Afhankelijk van het patroon haken 4 tot 8 ringetjes in 1 ring. Door de losse opbouw is het flexibel en luchtdoorlatend, terwijl het door het materiaal tegelijk bescherming biedt tegen snijwonden veroorzaakt door
zwaarden en
messen en, in mindere mate, tegen pijlen. De kracht van steekwapens als
lansen en
speren wordt door het vest verkleind, zo lang de ringetjes niet openspringen. De maliënkolder in de
Middeleeuwen was een kleed met kap, tot onder de knieën en woog wel zo'n 25 à 30 kg. Als het moest weggeborgen worden hing men het op een houten T balk. Ook was een maliënkolder een hemd tot op de heupen, dat woog "maar" 15 kg. of een broek met voetstukken eraan. Een andere variant van de kolder was de schobbejak, waarbij in plaats van ringetjes metalen plaatjes waren opgenaaid.
Zie meer op Wikipedia.org...