Elk
wapen dat door het indrukken en ingedrukt houden van de trekker automatisch schot na schot afgeeft, dus waarbij o.a. de terugstoot gebruikt wordt om opnieuw te laden en te vuren, kan in principe beschouwd worden als een machinegeweer. Er kan echter onderscheid gemaakt worden in machinepistolen of
pistoolmitrailleurs en 'echte' machinegeweren, waarbij de laatste groter en zwaarder zijn en een veel grotere
mondingssnelheid van de kogel bereiken. Bekende namen in dit verband zijn de Israëlische
UZI en de
FN MAG, die beiden door het
Nederlandse leger zijn of worden gebruikt. De eerste heeft een inklapbare kolf en is een tussenvorm van pistool en geweer. De MAG heeft een steun aan de loop voor het liggend afvuren. Machinegeweren voor de
infanterie zijn typisch bedoeld om met korte vuurstoten van 5-6 schoten tegelijk te worden bediend en kunnen tot op honderden meters afstand worden ingezet om een terrein voor de vijand onbegaanbaar te maken.
Zie meer op Wikipedia.org...