liquidar
sluiten, verwerpen (van een schuld);...
{
liquidate
}
(ver)zenden, (weg)sturen; de genadeslag...
{
dispatch
}
ontheffen (v. verplichting); vrijspreken
{
acquit
}
voor zijn rekening nemen, de kosten...
{
defray
}
betalen; lonen; moeite waard zijn
{
pay
}
een schuld voluit aflossen; wraak nemen...
{
pay off
}
voldoen aan; bevredigen, tevreden...
{
satisfy
}
regelen; bijleggen; regeling treffen;...
{
settle
}
liqüidar
sluiten, verwerpen (van een schuld);...
{
liquidate
}
doden, vermoorden, vernielen; buiten...
{
kill
}
liquidar
sluiten, verwerpen (van een schuld);...
{
liquidate
}
uitwissen, uitvegen
{
erase
}
regelen; bijleggen; regeling treffen;...
{
settle
}
voldoen aan; bevredigen, tevreden...
{
satisfy
}
ontheffen (v. verplichting); vrijspreken
{
acquit
}
liquido
vloeibaar; liquide; binnen bereik;...
{
liquid
}
vloeibaar, niet vast, vloeiend;...
{
fluid
}
vloeibaar, zacht; tranend
{
runny
}
liquid
vloeibaar; liquide; binnen bereik;...
{
liquid
}
vloeibaar, niet vast, vloeiend;...
{
fluid
}
vloeiend; loshangend, golvend
{
flowing
}
onbetaald, vrij van kosten
{
unpaid
}
moet gedaan (of betaald) worden tot...,...
{
due
}
liquide
vloeibaar; liquide; binnen bereik;...
{
liquid
}
vloeibaar, niet vast, vloeiend;...
{
fluid
}
vloeibaar, zacht; tranend
{
runny
}
nat; vochtig; regenachtig; dronkaard...
{
wet
}
dun, mager, ijl; klein; doorzichtig
{
thin
}
liquide (m)
vloeistof; medeklinkers (fonetisch)
{
liquid
}
liquider
sluiten, verwerpen (van een schuld);...
{
liquidate
}
verwijderen, afnemen, uittrekken;...
{
remove
}