last
zn.
laatste; eind; schoenleest; uithoudingsvermogen, levenskracht, last (gewichts eenheid)
bw.
laatste; de laatste; de laatste keer; aan het einde; eindelijk; uiterlijk
bn.
laatste; de laatste; de afgelopen (week e.d.), de vorige (week); einde
ww.
verder gaan, door gaan; halen; uithouden; genoeg zijn; in leven blijven, overleven; doorgaan
Last
Een last was een oude
inhoudsmaat van schepen, maar ook wel een aanduiding van een maat of gewicht van een scheepslading.Bij de
visserij, met name bij de
vleetvisserij op
haring, was de 'last' een indicatie van de door een
bomschuit en een
buis, later door een
sloep of een
logger, aangevoerde vangst.Het laatstgenoemde vissersschip kon, afhankelijk van zijn grootte, tot omstreeks 35 à 40 last aan haring aanvoeren. Hierbij kwam een last overeen met 17
kantjes waar het
Scheveningen of
Katwijk en 14 gepakte tonnen, waar het
Vlaardingen betrof. Al naar gelang de grootte van de haring bevatte een kantje 900 tot 1000 haringen.
Zie meer op Wikipedia.org...
Leest (gereedschap)
Een leest is een stuk gereedschap, dat vroeger door de schoenmaker gebruikt werd bij het maken en repareren van
schoenen.Er zijn leesten van metaal, van hout en van kunststof. Een houten leest kan in de vorm van een voet gemaakt worden, waarna de schoen op de leest wordt gemaakt. De leest van metaal is meestal van ijzer en heeft drie uiteinden met verschillende vormen. De leest staat op twee uiteinden, en de vorm die gebruikt wordt staat naar boven.
Zie meer op Wikipedia.org...
last (to)
voortduren
Last
last;vracht dracht
Last
last, hijs
last (inhoudsmaat)
belasting (druk, torsie etc.)