Insulin (das)
insuline (f)
Insuline
Insuline is een poly
peptidehormoon met
molecuulformule C254H377N65O75S6. Insuline wordt gemaakt door de betacellen van de
pancreas, in de
eilandjes van Langerhans (
la insula = eiland). Uit preproinsuline ontstaat proinsuline en uiteindelijk insuline. Bij de vorming van insuline uit proinsuline wordt een stuk door enzymen eruit geknipt, het C-peptide. De twee overgebleven polypeptides (insuline) zitten aan elkaar vast via twee zwavelbruggen. Het C-peptide komt ook in het bloed terecht. Hiermee is dus onderscheid te maken tussen in het lichaam geproduceerd insuline en insuline die is geïnjecteerd. Bij een verhoogde insuline afgifte door het lichaam zal namelijk ook de hoeveelheid C-peptide stijgen. Bij geïnjecteerd insuline gebeurt dat niet.
Zie meer op Wikipedia.org...
Insuline
Hormoon afgescheiden door de alvleesklier (pancreas) deze speelt een belangrijke rol bij suikerziekte (diabetici)
Insuline
Een hormoon dat door de pancreas wordt geproduceerd en de afbraak regelt van suiker voor de produktie van energie. Als medivijn wordt insuline gebruikt bij de behandeling van de meeste jonge diabeten en sommige oudere diabeten van wie de diabetes niet geregeld kan worden door een dieet of hypo-glykemische preparaten. De meeste insulinepreparaten worden verkregen uit de pancreas van varkens en runderen. Monocomponent-insulines worden louter uit dierlijke bronnen verkregen en zijn waardevol als er zich tegen een bepals middel een allergie ontwikkelt. Tegenwoordig zijn er veel gezuiverde insulines verkrijgbaar en deze geven ook minder vaak allergische reacties.
Als een allergie een ernstig probleem vormt, kan een menselijk insuline gegeven owrden, dat doormicro-organismen of door chemische veranderingen van een enkelvoudig insuline wordt gevormd. Insuline wordt altijd per injectie toegediend, omdat het door de spijsverteringssappen wordt vernietigd. Sommige preparaten hebben een snelle, maar kortdurende werking, andere beginnen langzamer, maar de werking ervan houdt langer daan. Het soort dat voorgeschreven wordt, hangt af van de behoefte van de patient en vaak is een mengsel nodig. De behandeling owrdt altijd in een ziekenhuis begonnen zodat de uiste dosis kan worden vastgesteld. Mogelijke bijwerkingen: hypoglykeemie (die kan ontstaan door een te hoge dosis, of als die persoon een maltijd overlsaat, te weinig kollhydraten eet of meer lichamelijke inspanning verricht dan anders). Een hypoglykemie kenmerkt zich door slapte, verhoogde speeksel afscheiding, geiriiteerdheid, bevingen, verwardheid en coma. Allergische reacties: huiduitslag, jeuk zwellingen van het gelaat en de keel, plaatselijke irritatie van de huis op de plaats van de injectie.