In de dagelijkse omgangstaal verwijst het woord individu meestal naar een
persoon of, vergelijkenderwijs, naar één bepaald object binnen een groep. Bijvoorbeeld: U, de lezer, bent een individueel persoon en een gazon is opgebouwd uit individuele grassprieten. Oorspronkelijk, in de 15e eeuw en daarvoor, betekende individu zoveel als "
atomair" (ondeelbaar) -- een betekenis die als zodanig nog altijd voortleeft in de statistiek (zie: hieronder) --, maar vanaf de 17e eeuw begon de term opgeld te doen in de zin van "afzonderlijkheid", een betekenis die uiteindelijk zou culmineren in het
individualisme.
Zie meer op Wikipedia.org...