host
zn.
gastheer (ook in computers); (ook) parasiet; groot aantal, hoeveelheid; leger; (in computers) gastgevende computer, een computer die diensten verleent aan andere computers; heilig brood
ww.
optreden als gastheer voor (bij)
Host
zn.
hostie
Host
De term host komt voor in een aantal verschillende contexten. Het is oorspronkelijk een
Engels woord dat
gastheer betekent.In de Nederlandse taal wordt het woord gebruikt voor verschillende begrippen die betrekking hebben op automatisering (IT). In het algemeen betekent het een apparaat of programma dat een dienst of diensten verleent aan een kleiner of minder capabel apparaat of
programma.Buiten deze algemene context kan host nog een van de volgende betekenissen hebben:In de specificaties van het IP-protocol betekent host elk apparaat dat een volledige tweewegcommunicatie kan uitvoeren met een ander apparaat op het
internet. Elke host heeft een eigen
IP-adres. Als via een
modem verbinding wordt gemaakt met de
Internet Service Provider of ISP, dan krijgt men gedurende die periode een IP-adres en geldt het systeem als host.Voor bedrijven of mensen met een
website, is de computer die de
webserver draait en de site weergeeft een host. (vandaar de termen "hosting" en "
hosting-provider").Het woord host wordt ook gebruikt als naam voor de
hosting-provider van een
website.In een netwerk met een
mainframecomputer geldt het mainframe als host. Dit bedient een aantal werkplekken of
terminals
Zie meer op Wikipedia.org...
Høst
Gastheer
host
Een computer die services biedt aan externe computers of gebruikers. Een computer die is aangesloten op een netwerk.
Host
De boom, waarop een epifyt groeit. Een plant waarvan een parasitische plant van leeft.
host
gastheer; host