Haringen (geslacht Clupea) zijn
vissen van het noordelijk halfrond. Er zijn twee soorten, de Pacifische haring (C. pallasii) en de Atlantische haring (C. harengus), met vele ondersoorten.Haringen komen voor op het noordelijk halfrond, en worden ca. 45 cm lang. De larven leven van
plankton, de volwassen dieren van groter plankton (o.m. roeipootkreeftjes),
garnalen en kleinere vissen. Haringen komen voor in grote
scholen (van soms meer dan miljoenen dieren). Aan dit laatste danken zij ook hun naam; haring werd in Oudnederlands als "heering" geschreven. Het woord is afgeleid van "heer" in de betekenis van legerschare. Het is dus een vis die in grote scholen als een "heer" door het water trekt. Haringen behoorden eeuwenlang tot de belangrijkste vissen in de
visserij. Door
overbevissing werd op diverse plaatsen het haringbestand sterk verminderd, waardoor de regering zich genoodzaakt voelde om een 6-jarig vangstverbod (1977-1983) in te stellen. Door strenge Europese vangstbeperkingen, die nu nog steeds gelden, heeft de haring zich kunnen herstellen en gaat het anno 2004 weer relatief goed met de haring.
Zie meer op Wikipedia.org...