hacer
maken; vervaardigen; veroorzaken;...
{
make
}
produceren; fabriceren; verzinnen; doen...
{
manufacture
}
bouwen; samenstellen, assembleren
{
construct
}
bouwen; opzetten
{
build
}
vormen, maken; aanpassen
{
fashion
}
vormen; zich ontwikkelen; vorm geven
{
shape
}
componeren; schrijven (boek, opstel);...
{
compose
}
uitwerpen, uitscheiden
{
emit
}
leiden, bevelen, bereiden
{
wage
}
leiden,beheren; dirigeren
{
conduct
}
bereiden; voorbereiden; maken; klaar...
{
prepare
}
doen; voldoende zijn; klaarkomen;...
{
do
}
uitvoeren; akteren; voorstellen;...
{
perform
}
dwingen, noodzaken; onder dwang; eruit...
{
force
}
doen; veranderen; veroorzaken;...
{
render
}
bouwen, vervaardigen; verzinnen,...
{
fabricate
}
zijn, bestaan, leven
{
be
}
haga
sub
haag, heg;
~ de spinas doornhaag;
~ de honor erehaag;
secator a ~ heggeschaar;
tonder/secar/taliar le ~ de heg knippen;
Haga Den Haag, 's Gravenhage