gerir
beheren; toedienen; geven (geneesmiddel)
{
administer
}
succes hebben; iets bereiken; leiding...
{
manage
}
instruëren, toelichten, aanduiden;...
{
direct
}
Geri
geri
rug; leuning; eind; verdediger (bij...
{
back
}
achterland; achter-
{
rear
}
rest; rust; het stilzetten
{
rest
}
achteruit; terug; achter
{
back
}
terug, achteruit
{
aback
}
van achter, achter
{
back
}
tegenslag, nederlaag; keerzijde,...
{
reverse
}
achteraan komend; teruggaand; verlegen;...
{
backward
}
langzaam; moeilijk te vatten; verlaat...
{
slow
}
geri
geel