Het genoom van een organisme omvat één complete set van
chromosomen. In een somatische cel van een
diploïd organisme komen twee sets chromosomen voor. Het genoom beschrijft aldus de combinatie van alle erfelijke factoren, het legt het
genotype voor alle eigenschappen vast. De wetenschap die het genoom bestudeert, noemen we genomics(
omics).Bij
eukaryotische cellen bestaat het genoom uit (+/-30.000)
genen op de lineaire chromosomen. Daarnaast komt er ook
mtDNA voor in de
mitochondriën, die buiten de celkern liggen en die alleen via de moeder overerven. Het gegeven van maternale (moederlijke) overerving van mtDNA wordt gebruikt in de
genografie om de verspreiding van onze voorouders (of eigenlijk de voormoeders) in de prehistorie in kaart te brengen. Ook in de
chloroplasten (bladgroenkorrels) van planten komt DNA voor dat eveneens alleen via de moeder overerft.
Zie meer op Wikipedia.org...