Claudius Galenus (
Pergamum,
22 september 131 –
Rome, tussen
201 en
216) was een
Grieks/
Romeinse arts die in de geschiedenis van de westerse
geneeskunde een belangrijke plaats inneemt. Zijn geneeskundig systeem domineerde de medische wetenschap bijna 1500 jaar lang. Galenus werd geboren als zoon van een welgestelde architect in Pergamum, waar een bekend
Asclepius-heiligdom stond. Deze stad lag in het noordwesten van Klein-Azië (tegenwoordig
Turkije). Op zeventienjarige leeftijd begon hij zijn medische studie in Pergamum. Vier jaar later vertrok hij naar in die tijd belangrijke medische centra als
Smyrna,
Korinthe en
Alexandrië om zijn studie voort te zetten. Na een verblijf van ruim vijf jaar in Alexandrië keerde hij in 160 weer terug naar Pergamum. Daar werd hij aangesteld als arts van de
gladiatoren die in het
amphitheater van de stad vochten. In 164 vertrok Galenus naar Rome. Daar zou hij uiteindelijk uitgroeien tot een zeer succesvol arts. Zelfs de Romeinse
keizers Marcus Aurelius,
Commodus en
Septimius Severus maakten gebruik van zijn diensten. Centraal in het denken van Galenus stond het gedachtengoed van
Hippocrates' theorie dat het
menselijk lichaam bestaat uit vier lichaamssappen of
humores, te weten
slijm,
bloed,
gele gal en
zwarte gal, en dat elk sap een bepaald temperament vertegenwoordigt. Onbalans in hoeveelheden van een of meer van deze sappen zou ziekte en andere stoornissen veroorzaken. Zo'n gebrek aan evenwicht werd behandeld door middel van een dieet. Nieuw was dat Galenus deze sappen koppelde aan vier grondkwaliteiten: warm, koud, vochtig en droog. Ook geloofde hij in de theorie van de drievoudige
bloedcirculatie.
Zie meer op Wikipedia.org...