forward
bw.
vooruit; verder; vooraan
bn.
van voren, vooruit, maakt vooruitgang, progressief, gevorderd; staat paraat; is enthousiast; direkt, recht door zee; voorkant; voorgevel; toekomstig
ww.
doorzenden, voorwaarts; (in computers) doorsturen, een e-mail boodschap aan iemand doorsturen
zn.
Voorspeler (bij voetbal)
Forward
forward
spits; voorover; voorste; vooruit; voorwaarts
forward (to)
toezenden; verzenden; zenden
Forward
Dutch: Stuur door
French: Envoyer
german: Weitersenden
IBM 2008 - Alain Buyze