fingar
stelen; sluipen; ongezien doordringen
{
steal
}
knijpen; druk zetten op; bezuinigen;...
{
pinch
}
fingere
veinzen, simuleren; doen alsof;...
{
feign
}
zich voordoen als; doen alsof; aanspraak...
{
pretend
}
veinzen, voorwenden; simuleren, doen...
{
sham
}
betreffen; voorwenden; beïnvloeden
{
affect
}
veronderstelling; standpunt, stelling
{
assume
}
vervalsen, doen voorkomen, doen alsof,...
{
fake
}
handelen, optreden; zich gedragen,...
{
act
}
spelen; voordragen; spelen ( muziek )
{
play
}
finga
vinger