favor
ww.
verkiezen (boven), begunstigen; vergoeden; een goede daad doen; ondersteunen, helpen; lijken op
favor (Amer.)
zn.
genoegen, plezier; goede daad; dankbaarheid; partijdigheid; begunstiging; gunst; insigne; voorbeeld
Favor
favor
1. een goed ding, iets goeds 2. gunst, begunstiging, genadigheid 3. gedienstigheid, welwillendheid
favor
sub
gunst, welgezindheid, welwillendheid;
~ popular volksgunst;
~ aulic/del corte hofgunst;
con ~ del obscuritate onder bescherming van de duisternis;
in ~ de ten gunste van, voor;
pronunciar se in ~ de un cosa zich voor iets uitspreken;
billet de ~ vrijkaartje;
precio de ~ speciale prijs, vriendenprijs;
tractamento de ~ voorkeursbehandeling;
gauder/haber le ~ de un persona bij iemand in de gunst staan;
accordar un ~ a un persona iemand een gunst verlenen;
facer un ~ a un persona iemand een gunst bewijzen;
ganiar le ~ de un persona bij iemand in de gunst komen;
gauder de un ~ special een streepje voor hebben;
incontrar le ~ del publico bij het publiek in de gunst vallen;
per ~ alstublieft