facilitar
makkelijk maken, mogelijk maken, vooruit...
{
facilitate
}
gemakkelijk maken; kalmeren; vrijlaten;...
{
ease
}
verkiezen (boven), begunstigen;...
{
favor
}
uitkijken; overzien; toezien; een oogje...
{
overlook
}
verwaarlozen; nalaten; vergeten
{
neglect
}
facilitar
makkelijk maken, mogelijk maken, vooruit...
{
facilitate
}
gemakkelijk maken; kalmeren; vrijlaten;...
{
ease
}
bevorderen, bespoedigen, verhaasten
{
expedite
}
emissie, uitgifte; uitgeven, uitgaan,...
{
issue
}
verschaffen, leveren; uitrusten,...
{
furnish
}
levering, aflevering, bevoorrading
{
supply
}
voorstellen; prijs opgeven; serveren,...
{
offer
}
facilitar
1. verlichten, vergemakkelijken
facilitar
vb
gemakkelijk maken, vergemakkelijken, verlichten;
~ le digestion de spijsvertering bevorderen;
~ le solution de un problema de oplossing van een probleem vergemakkelijken;
~ le execution de un labor/travalio de uitvoering van een werk vergemakkelijken;
isto non facilita le cosas dat maakt het er niet gemakkelijker op;
~ le progresso de vooruitgang bevorderen