facer
zn.
instrument om iets te vereffenen; klap in het gezicht; kink in de kabel (Engelse term), probleem; iemand of iets die/dat kijkt
facer
vb
1 maken, vervaardigen
2 doen, uitvoeren, verrichten;
~ un effortio zijn best doen;
~ toto le possibile al het mogelijke doen
3 (+ Infinitivo) doen, laten, veroorzaken dat;
~ venir laten komen
4 (+ Sub) ~ le barba, -- allusion, etc. Zie: barba, allusion, etc
5 ~ se tarde laat worden;
le situation se face explosive de vlam slaat in de pan