discharge
ww.
vracht lossen; uitwerpen, uitscheiden; bevrijden; verwijderen; sturen, wegsturen; schieten
zn.
(het) lossen; uitlaat; vrijlating; schuld afbetalen; schot
discharge
afvoer; ontlading; ontlasting; uitlaatopening; uitlaat
discharge (to)
afvloeien (doen); afvoeren; lossen; ontladen; ontlasten; uitladen; uitstorten
Discharge
Dutch: Aanzuivering
French: Apurement
german: Ausgleich
IBM 2008 - Alain Buyze