dala
spuit,pijp, tuig, (dak)goot; dampstraal...
{
spout
}
dar
geven; aangeven; toegeven; geven...
{
give
}
voordragen; uitreiken, toekennen;...
{
present
}
handelen; geven; toebrengen; uitdelen;...
{
deal
}
produceren; opleveren; voortbrengen;...
{
produce
}
oogsten; produceren, opbrengen;...
{
yield
}
uitvoeren; akteren; voorstellen;...
{
perform
}
zeggen; veronderstellen; van mening zijn
{
say
}
nemen; pakken; brengen; begrijpen,...
{
take
}
onderwijzen; leren
{
teach
}
lezing houden; voordragen; de les lezen;...
{
lecture
}
beginnen, starten; vertrekken; openen;...
{
start
}
uitkijken; overzien; toezien; een oogje...
{
overlook
}
onderwerpen; opgeven; overgeven;...
{
surrender
}
dal
schieten; compensatie; offset...
{
offset
}
dalmak
duiken; hand in zak stoppen
{
dive
}
zich werpen, duiken
{
plunge
}
springen; huppelen; stijgen
{
bounce
}
verzinken, zinken, ondergaan; tot zinken...
{
sink
}
verzinken in gedachten; mediteren
{
meditate
}
(zich) baden, betten
{
bathe
}
breken; stuk slaan; verbreken; inbreken;...
{
break
}
begeven, opgeven, instorten; gekruld...
{
conk
}
dompelen; dalen; salueren; duiken
{
dip
}
vallen; laten vallen; naar beneden...
{
drop
}
buigen, zich bukken
{
duck
}
aandacht trekken; schrijven met grote...
{
engross
}
peinzen, peinzend denken, denken
{
muse
}
dala
dollar, daalder