Cuneiform script
Cunéiforme
Keilschrift
Als Keilschrift bezeichnet man ursprünglich eine
sumerische Bilderschrift, deren Formen durch die keilartigen Eindrücke eines Schreibgriffels in den noch weichen Beschreibstoff
Ton entstanden. Ihren Namen hat sie von ihren Schriftzeichen, waagrechte, senkrechte und schräge Keile. Die Keilschrift diente zahlreichen Kulturvölkern des alten Orients (
Sumerer,
Akkader,
Babylonier,
Assyrer, u.a.) über einen Zeitraum von ca. 3000 v. Chr. bis 400 v. Chr. als bevorzugte Schriftform. Sie entwickelte sich von der anfänglichen Bilderschrift über eine
Silbenschrift hin zu einer phonetischen
Konsonantenschrift, der
Ugaritischen Schrift, bis sie schließlich von anderen Schriftformen (z.B.
Phönizische) verdrängt wurde und in Vergessenheit geriet.
Mehr unter Wikipedia.org...
Pismo klinowe
Pismo klinowe to najstarsza, na
Bliskim Wschodzie, odmiana pisma, stworzona najprawdopodobniej przez
Sumerów ok. 3500 lat przed naszą erą. Pierwotnie było złożone z przedstawień rysunkowych, które wyobrażały przedmioty albo jeden charakterystyczny ich element, a przy bardziej abstrakcyjnych pojęciach – kompozycje symboliczne. Na początku system był całkowicie ideograficzny. Każdy znak miał znaczenie podstawowe, do którego dochodziły znaczenia poboczne. Nazwa pochodzi od kształtu znaków odciskanych na glinianych tabliczkach za pomocą kawałka
trzciny. Jego powstanie, w
IV tysiącleciu p.n.e., związane było z administracyjnymi i gospodarczymi potrzebami rozwijającej się coraz bardziej cywilizacji. Do największego rozkwitu doszło w
XIV-
XIII w. p.n.e. z uwagi na wagę
języka akadyjskiego na Bliskim Wschodzie, w którym było zapisywane. Pismo klinowe używane było aż do okresu panowania na Bliskim Wschodzie
hellenistycznej dynastii
Seleucydów w
II w. p.n.e.
W celu uzyskania więcej informacji, zobacz w Wikipedia.οrg...
© W niniejszym artykule wykorzystano materialy pochodzace z
Wikipedia® i posiada on Powszechna
Licencje Publiczna GNU
Spijkerschrift
Het spijkerschrift of cuneiforme schrift (cuneus is Latijn voor
wig) werd rond
3200 v.Chr. ontwikkeld uit het oudere
pictografische schrift van
Sumer in het huidige
Irak. Het werd geschreven op plakken klei waarop men met een stukje riet wigvormige (= cuneiforme) inkepingen maakte. Met deze spijkers werd de omlijning van een pictogram nagebootst. Ieder pictogram stond voor een lettergreep. Hoewel de oudste toepassing van het schrift een economische was (ontvangstbewijzen, contracten enzovoorts), verschenen al rond
2400 v.Chr. de eerste literaire composities. De eerste schrijftalen waren Sumerisch en een vroege vorm van
Elamitisch, maar al snel kwamen er Semitische talen als Eblaïtisch en
Akkadisch, vooral na de overname van Sumer en Akkad door
Sargon de Grote. Later, rond
1300 v.Chr. kwamen daar ook
Indo-Europese talen zoals
Hettitisch,
Palaisch en
Luwisch bij. Het Ugaritisch werd rond
1400 v.Chr. geschreven met een vereenvoudigde vorm van spijkerschrift dat maar 30 tekens had en zich ontwikkelde in de richting van een
alfabetisch schrift. Het Elamitisch onderging een vergelijkbare ontwikkeling. In Irak zou het schrift nog lang gebruikt worden door de
Babyloniërs en
Assyriërs, die latere vormen van Akkadisch spraken. De laatste voorbeelden zijn van
ca. 75 na Chr. Tegen die tijd echter was het alfabetische Aramese schrift allang in algemeen gebruik, omdat het veel eenvoudiger was om te leren schrijven.
Zie meer op Wikipedia.org...