Verschillende soorten uit het
geslacht Gossypium leveren
katoen. De planten zijn afhankelijk van de soort eenjarige of overblijvende (half)struiken.Op het zaad komt een zeer korte eencellige vezel, zaadpluis, voor die niet van het zaad verwijderd kan worden en niet geschikt is voor het maken van katoendraad. Deze vezels zijn geheel gevuld met cellulose. Daarnaast komen lange eencellige vezels op het zaad voor, die makkelijk van het zaad loslaten. Deze cellen zijn niet geheel gevuld met cellulose waardoor ze bij het drogen krimpen. De cellulose in deze vezels is spiraalsgewijze gevormd, waardoor de vezel gedraaid is. Door deze twee eigenschappen kan de vezel gesponnen worden tot katoendraad. Bij sommige rassen is de korte vezel helemaal verdwenen en is alleen nog de lange vezel aanwezig.
Zie meer op Wikipedia.org...