Consonant (Fr.) betekent in de
muziek welluidend samenklinkend. Doordat de
frequenties van de samenstellende tonen bij consonanten zich als eenvoudige gehele getallen verhouden, treedt tussen hun
harmonischen weinig interferentie op, wat door het oor als aangenaam wordt ervaren.Een
dissonant (niet samenklinkend) is het tegendeel van een consonant. Een dissonant wordt in een
compositie meestal gevolgd door een consonant. Dit geeft de luisteraar een gevoel van spanning en oplossing in de
harmonie.Consonantie bij intervallen: (tussen haakjes de frequentieverhoudingen in de
reine stemming)Volkomen consonant zijn de reine
prime (1:1), het rein
octaaf (1:2), de reine
kwint (2:3) en de reine
kwart (3:4).Onvolkomen consonant worden genoemd de grote en kleine
tertsen (4:5 en 5:6) en
sexten (3:5 en 5:8).Dissonant zijn de grote en kleine
secundes (8:9 of 9:10, en 15:16) en
septiemen (8:15, en 9:16 of 5:9).Dissonant zijn ook alle overmatige en verminderde intervallen.Het meest consonant is de reine prime, het meest dissonant is de kleine
none. De overige intervallen zijn stapsgewijs te rangschikken al naar gelang de mate van consonantie of dissonantie.
Zie meer op Wikipedia.org...