clear
bw.
duidelijk; in het geheel; op afstand
bn.
helder, duidelijk
ww.
verhelderen; reinigen; ophelderen
zn.
wissen; het wissen van een bepaald teken
clear
beëindigd; blank; helder; hersteld; vrij; zuiver
clear (to)
op nul stellen; opruimen; schoonmaken; terugstellen; vrijblijven (van); vrijmaken; wissen