Een passacaglia (of passacalia, ook wel chaconne genoemd) is een compositie in meestal driedeligemaatsoort over een baslijn, die doorgaans eerst alleen klinkt en vervolgens herhaald wordt waarbij de boven- en middenstemmen een contrapuntische en harmonische relatie met deze basmelodie aangaan. De passacaglia als compositorisch hoogstandje is ontstaan in de barok (1600-1750) uit de gelijknamige dans. Enkele beroemde voorbeelden uit die tijd zijn:Heinrich von Biber: Passacaglia voor viool solo uit de Rozenkranz-Sonate.Henry Purcell: Chacony uit "The Fairy Queen" ; Chacony in g klein voor strijkersJohann Sebastian Bach: Passacaglia voor orgel solo, waarschijnlijk de beroemdste passacaglia aller tijden en veelvuldig georkestreerd, o.a. door Ottorino Respighi en Leopold Stokowski.Dietrich Buxtehude: Passacaglia in d voor orgel; Chaconne in c klein en e kleinJ.S. Bach: Canzone voor orgel solo in d klein. Een zeer vocaal, expressief gedacht stuk, dit in tegenstelling tot de meer instrumentaal gedachte en virtuoos geschreven passacaglia.J.S. Bach: Chaconne uit de Tweede partita voor solo viool. Deze compositie kan een drieluik genoemd worden, verwijzend naar de Drie-eenheid. Felix Mendelssohn en Robert Schumann componeerden pianobegeleidingen bij deze compositie, Ferruccio Busoni maakte een beroemd geworden pianotranscriptie van dit werk. Ook Johannes Brahms bewerkte haar voor piano, maar dan alleen voor de linkerhand. Joseph Joachim Raff orkestreerde de chaconne
Zie meer op Wikipedia.org...