Een cella was in oorsprong een opslagruimte in de Romeinse (Varro, De Ling. Lat. V 162, ed. Müller). Van deze waren er verschillende beschrijvingen, die hun onderscheidende namen ontleenden aan de artikelen die ze bevatten, zoals bijvoorbeeld de cella penuaria of penaria (bevat de penus), de cella olearia (geurwaren) en cella vinaria (wijn). De slaaf aan wie het toezicht over deze winkels toevertrouwd werd, werd cellarius (Plaut., Capt. IV 2115; Senec., Ep. 122.), promus (Colum., XII 3.) of condus, "quia promit quod conditum est" (cf. Hor., Carm. I 9.7, III 21.8) en soms promus condus en procurator peni (Plaut., Pseud. II 2.14.) genoemd. Dit beantwoordt aan onze hedendaagse butler en huishoudster.
Zie meer op Wikipedia.org...