Bij een bloedtransfusie brengt men
bloed, afkomstig van een
bloeddonor, in de
aderen van een
patiënt die dit bloed nodig heeft vanwege ernstige
bloedarmoede of een
shock door een probleem met de
bloedaanmaak of door ernstig
bloedverlies. Een bloedtransfusie is alleen mogelijk als ontvanger en donor dezelfde of een compatibele (verenigbare)
bloedgroep hebben, omdat anders gevaarlijke afweerreacties kunnen optreden. Daarnaast bestaat het risico van overdracht van
ziektekiemen als de donor die in het bloed draagt. Om deze redenen worden bloeddonors gescreend op ziekten, zowel door te vragen naar ziekten of naar omstandigheden die geassocieerd zijn met een verhoogde kans op ziekte, als door tests te verrichten op het afgenomen bloed. Ernstige ziekten die door bloedtransfusies kunnen worden overgebracht zijn onder andere:
aids,
syphilis,
hepatitis B en andere vormen van virale hepatitis, en
malaria. Ook
griep,
buikgriep en andere voor gezonde mensen minder ernstige infecties kunnen overgebracht worden via het bloed, en kunnen bij een verzwakte patiënt grote problemen opleveren.
Zie meer op Wikipedia.org...