Betrug (der)
het ruzie maken; het iemand afzetten
{
barretry
}
bedrog, fraude, bedriegerij
{
fraud
}
bedrog, oneerlijkheid
{
deceit
}
oplichterij, bedotterij, bedrog
{
trickery
}
oplichting, misleid; teleurstelling
{
deception
}
betragen
betrĂ¼gen
oplichten; ontrouw zijn; liegen
{
cheat
}
verraden; een geheim vertellen; in de...
{
betray
}
voor het lapje houden, wat wijsmaken,...
{
gull
}
in de maling nemen; iemand beet nemen;...
{
fool
}
oplichten, door oplichting bereiken (in...
{
fenagle
}
om de tuin leiden, voor de gek houden
{
hoax
}
listige streken uitvoeren; oplichten;...
{
wile
}
Betrug
bedrog;fraude;bedroeg;beliep;zwendel