apertar
vernauwen; verminderen; inkrimpen
{
narrow
}
afpersen, wringen; dringen; drukken;...
{
squeeze
}
aperto
open; bloot; eerlijk; vrij (een baan is...
{
open
}
eerlijk, openhartig, open
{
frank
}
openlijk; openbaar
{
overt
}
duidelijk; onbetwistbaar; absoluut,...
{
outright
}
billijk, eerlijk; behoorlijk; blond;...
{
fair
}
eerlijk; fatsoenlijk; juist; passend;...
{
just
}
aprire
openen; openmaken ; beginnen; alert...
{
open
}
opengaan, zich openen, loskomen, vrijuit...
{
open up
}
openen, ontgrendelen (slot)
{
unlock
}
enthousiast raken; aanzetten, aandoen...
{
turn on
}
open, geaktiveerd (apparaat); gek (op)
{
turned on
}
afhaken (haken), loshaken (van haak)
{
unhook
}
(aan repen) snijden, spouwen, splijten
{
slit
}
snijden; beeldhouwen
{
carve
}
zich kandidaat stellen; voorstellen
{
put up
}
opzetten; opstellen; activeren; iem....
{
set up
}
aperte
adj
open, opengesteld;
~ al publico open/toegankelijk voor het publiek;
littera ~ open brief;
fractura ~ open breuk;
plaga ~ open wond;
syllaba ~ open lettergreep;
question ~ open vraag;
character ~ open karakter;
mente ~ open geest;
fossa ~ geopende groeve;
prision ~ open gevangenis;
universitate ~ open universiteit;
hospital psychiatric ~ open psychiatrische inrichting;
porto ~ open haven;
bottilia ~ aangebroken fles;
operation a corde ~ open hartoperatie;
negociationes ~ open overleg;
applauso a scena ~ open doekje;
precipitio ~ gapende afgrond;
conversation ~ openhartig/open gesprek;
le chassa es ~ de jacht is open;
a bucca ~ met open mond;
remaner le bucca ~ sprakeloos zijn;
con le gambas ~ wijdbeens;
citate ~ open stad;
secreto ~ publiek geheim;
cheque ~ blanco cheque;
a celo ~ in de open lucht;
toto ~ wijd open;
tener ~ open houden;
reciper un persona a bracios ~ iemand met open armen ontvangen;
parlar a corde ~ openhartig spreken;
a oculos ~ met open ogen;
guardar le oculos ben ~ zijn ogen goed open houden;
lassar ~ un porta een deur open laten;
le porta remane ~ a de deur blijft open voor;
nos dormi con le fenestras ~ wij slapen met open ramen