ângulo (m)
Germaanse stam die zich opnieuw in...
{
Angle
}
draai, bocht; beurt; ommekeer
{
turn
}
bocht; kromming; knoop
{
bend
}
totale ommekeer, radicale ommezwaai
{
turnabout
}
ángulo (m)
Germaanse stam die zich opnieuw in...
{
Angle
}
hoek; hoek (in meetkunde)
{
corner
}
angulo
sub
hoek;
~ acute scherpe hoek;
con ~s acute scherphoekig;
~ obtuse stompe hoek;
~ recte rechte hoek;
~ oblique scheve hoek;
~ platte/plan gestrekte hoek;
~ interne/interior binnenhoek;
~ superior bovenhoek;
~ inferior benedenhoek;
~ externe/exterior buitenhoek;
~s alterne interne verwisselende binnenhoeken;
~s alterne externe verwisselende buitenhoeken;
~s correspondente overeenkomstige hoeken;
~ contigue/adjacente aanliggende hoek, nevenhoek;
~ complementari complementshoek;
~ supplementari supplementaire hoek;
~ del vertice tophoek;
~ de base basishoek;
~ polyhedre veelvlakshoek;
~ visual gezichtshoek;
~ de polarisation polarisatiehoek;
~ de tiro schootshoek;
~ del bucca mondhoek;
~ remote uithoek;
~ de 30 grados hoek van 30 graden;
divider un ~ in duo, bisecar un -- een hoek in tweeën delen;
~ optic beeldhoek;
~ facial gelaatshoek;
~ de incidentia hoek van inval;
~ de reflexion hoek van terugkaatsing;
~ de refraction brekingshoek;
~ de inclination hellingshoek;
~ rotatori/giratori draaiingshoek;
~ intime zithoek, zitje;
~ horari de un astro uurhoek van een ster;
mesurator de ~s hoekmeter, gradenboog;
tornar (circum) le ~ de hoek omgaan;
domo/casa de ~ hoekhuis;
muro de ~ hoekmuur;
poste de ~ hoekpaal;
sofa de ~ hoeksofa;
turre de ~ hoektoren;
petra de ~ hoeksteen;
[Sport] colpo de ~ hoekslag/schop, corner;
sutura de ~ hoeknaad;
supporto de ~ hoeksteun