andar
lopen, wandelen; voettocht maken;...
{
walk
}
lopen, gaan; gaan (rijden); aankomen;...
{
go
}
stappen; lopen; ergens opstappen;...
{
step
}
voorbijgaan, passeren; aangeven; slagen;...
{
pass
}
reizen, tocht maken
{
travel
}
andar
lopen, gaan; gaan (rijden); aankomen;...
{
go
}
reizen, tocht maken
{
travel
}
lopen, wandelen; voettocht maken;...
{
walk
}
functioneren; werkzaam zijn; functie...
{
function
}
verstrijken, voorbijgaan
{
elapse
}
voorbijgaan, passeren; zich laten leiden...
{
go by
}
anidar
zich nestelen,nestelen
{
nest
}
an
moment; ogenblik; belang
{
moment
}
seconde; moment; tweede; tweede...
{
second
}
knipoogje; knippering; het knipperen;...
{
wink
}
(licht)flits, vlam, (op)flikkering,...
{
flash
}
ogenblikje, moment, in een wip;...
{
jiffy
}
ant
belofte; verplichting; pand; oorkonde
{
pledge
}
Anda
anda
u