anbinden
German - DutchDownload this dictionary
anbinden
verenigen; een band aanbrengen { band }
aankoppelen, koppelen { leash }
optuigen, inspannen (paard) { harness }
dichtgaan, sluiten; vastmaken,... { fasten }
vastbinden; knopen; strikken { tie }
vastbinden { tether }
onder het juk brengen; in/voorspannen;... { yoke }
verbinden; aansluiten { connect }
verbinden, verenigen, samenkomen, in... { join }

ADO's Deutsch-NiederländischDownload this dictionary
anbinden
vastbinden


| anbinden in English | anbinden in Italian | anbinden in German | anbinden in Russian | anbinden in Turkish | anbinden in Bulgarian | anbinden in Vietnamese