ample
bn.
ruim (voldoende); ruimschoots
ample
ruim
ample
adj
wijd, ruim, uitgebreid, uitvoerig, veelomvattend;
vestimentos ~ wijde kleren;
camera ~ ruime kamer;
sala ~ grote zaal;
gestos ~ wijdse gebaren;
gonna ~ wijde rok;
margine ~ ruime marge;
~ majoritate ruime/comfortabele meerderheid;
documentation ~ omvangrijke documentatie;
biographia ~ uitvoerige biografie;
preparationes ~ grootscheepse voorbereidingen;
preparar un ~ campania een actie grootschalig opzetten;
in le senso le plus ~ del parola in de ruimste zin van het woord;
in ~ mesura in ruime mate;
sufficer amplemente ruim voldoende zijn;
esser applicate/utilisate amplemente een ruime toepassing vinden;
ille me ha amplemente exponite le cosas hij heeft mij de zaken uitvoerig uiteengezet