amortir
absorberen; opnemen
{
absorb
}
zacht maken; verzachten
{
soften
}
bekleden; verminderen, verzachten
{
cushion
}
verzwakken, verlichten; verdoven; minder...
{
deaden
}
bevrijden; loskopen; redden; bestaan,...
{
redeem
}
breken; stuk slaan; verbreken; inbreken;...
{
break
}
schuld annulatie (het schrappen van een...
{
charge off
}
warm inpakken/toedekken; dempen (geluid)
{
muffle
}
amortir
vb
doodmaken (van gevoelens, smaak, etc.)